De prijs van Oranje

Bij wedstrijden van het eerste elftal van de KNVB is iets vreemds aan de hand. Vijftigduizend mensen zijn bij elkaar gekomen om naar een voetbalwedstrijd te kijken en besluiten dat ze daarbij vooral niet te veel sfeer moeten maken. Een verdwaalde trompet of een kreet uit een ver verleden die aan de verstikkende jaren 50 doet denken daargelaten.

Oranje is al decennia vriendelijk en gemoedelijk. Gezinnen op de tribune, Andre Hazes en een ‘verdikkie zeg’ als er een kans wordt gemist. Voetbal hoeft niet altijd oorlog te zijn. 

Maar tijdens de laatste interlands die ik bezocht, begon de gemoedelijkheid soms tegen apathie aan te schuren. Het resultaat is een sfeer die ik het beste beige of crèmekleurig kan noemen. Lauw. Een stadion vol mensen die best een leuke avond, correctie: meer prima, hebben en ondertussen naar een voetbalwedstrijd kijken.

Wie tegenwoordig een beetje fatsoenlijk wil zitten bij Oranje, betaalt daar gemakkelijk zeventig, tachtig of negentig euro voor. Voor Nederland-Duitsland in 2026 loopt een kaartje in categorie 1 op tot 98 euro. De goedkoopste reguliere plaatsen kosten 47 euro. Tien jaar geleden kon je voor Nederland-Frankrijk nog voor 23 euro naar binnen. Dat verschil blijkt niet zomaar het gevolg te zijn van inflatie. In stukken voor de bondsvergadering van de KNVB uit 2025 staat over een 'nieuw prijsbeleid op basis van een prijselasticiteitsonderzoek'. Een van de geformuleerde doelen: alle Oranjewedstrijden uitverkopen en daarbij de 'hoogst mogelijke recette' behalen. Als resultaat wordt onder meer trots een recetterecord van ruim 2,2 miljoen euro bij Nederland-Hongarije genoemd.

Prijselasticiteit is een woord voor een eenvoudige vraag: wat gebeurt er met de vraag wanneer je de prijs verandert? Hoeveel kunnen we vragen voordat mensen thuisblijven? Behoorlijk veel. Commercieel is daar weinig tegenin te brengen. Als 50.000 mensen bereid zijn tachtig euro te betalen voor een stoel, waarom zou je die stoel dan voor veertig euro verkopen? Inkomsten uit Oranje komen uiteindelijk ten goede aan een voetbalbond die meer doet dan het eerste elftal alleen. 

Maar het is raar om alles uitsluitend langs die economische meetlat te leggen. Dommig ook. Het elftal vertegenwoordigt, in ieder geval in theorie, het Nederlandse voetbal. Op het veld is dat Nederland duidelijk zichtbaar. Het nationale elftal is al jarenlang een afspiegeling van een divers voetballand. Jongens met verschillende achtergronden, kleuren, afkomstig uit grote steden, provinciesteden en allerlei lagen van de samenleving dragen hetzelfde shirt.

Op de tribunes is dat beeld anders. 

De diversiteit die zo vanzelfsprekend is binnen de lijnen, zie ik op de tribune veel minder terug. En dan wordt de vraag interessant wat ticketprijzen daarmee doen. Voor een ouder die met twee kinderen naar Oranje wil, is een interland al snel een uitgave van honderden euro's wanneer vervoer, eten en drinken worden meegerekend. Voor een groot deel van Nederland is dat haalbaar voor veel voetballers niet.  Daarmee sluit je mogelijk precies de mensen buiten die een stadion iets kunnen geven wat met geen prijselasticiteitsonderzoek te koop is. Supporters voor wie negentig euro geen vanzelfsprekende uitgave is. Mensen uit wijken waar op ieder pleintje gevoetbald wordt, maar voor wie een avond Nederlands elftal niet alleen niet haalbaar is maar volstrekt oninteressant vanwege de witte sfeer. 

Het zou interessant zijn als de KNVB prijselasticiteit eens andersom zou onderzoeken. Niet: hoeveel kunnen we vragen? Maar: wat gebeurt er met een stadion wanneer we bewust duizenden goedkope kaarten beschikbaar maken voor mensen die er anders niet komen? De sfeer zal niet gelijk veranderen. De brave Oranjecultuur is tenslotte ouder dan de huidige prijsstrategie en van een kaartje van twintig euro verandert een kringverjaardag niet plotseling in La Bombonera.

Ik denk dat het nationale elftal iets meer als iets van iedereen is wanneer ook mensen die geen vijftig tot honderd euro voor een voetbalkaart kunnen missen er tussen zitten. En zelfs dat voor de sfeer niets oplevert, blijft er nog een andere vraag over. De KNVB probeert al jaren mensen aan het voetbal te binden. Het Nederlandse voetbal moet maatschappelijk midden in het land staan. Dan kun je een wedstrijd van het belangrijkste elftal dat je bezit ook zien als reclame voor dat voetbal.

Een lege stoel levert niets op. Dat begrijpt ieder model. Maar misschien is de vraag wat een volle stoel oplevert ingewikkelder dan een recetterecord.