TOEN ZE NOG MEEDEDEN. De dag dat Nigeria Spanje omver schoot
Kritiek op de uitbreiding van het aantal deelnemers aan het komende WK is begrijpelijk. Er hoeft weinig twijfel te bestaan over de motieven van de FIFA om het toernooi verder op te rekken. Tegelijkertijd is het raadzaam om westelijke arrogantie te vermijden en meer dan open te staan voor de nieuwe vlaggen op het wereldtoneel. Daarom verdienen alle debutanten een felicitatie, en heten we Curaçao, Jordanië, Oezbekistan en Kaapverdië van harte welkom.
Maar deze rubriek gaat over de landen die er niet bij zijn.
Daarom kijken we iedere week terug op een gedenkwaardige WK-wedstrijd van een land dat het deze keer niet heeft gehaald.
Deze week: Nigeria tegen Spanje, 13 juni 1998. Stade de la Beaujoire, Nantes.
Het is een hardnekkig misverstand. Een van die ideeën die zo vaak worden herhaald dat ze op waarheid beginnen te lijken. Wanneer het over Afrikaans voetbal gaat, hoor je steevast woorden als puur, spontaan en instinctief. Oprecht bedoelde complimenten meestal, maar complimenten die tegelijkertijd suggereren dat tactiek, structuur en intelligentie ergens anders vandaan moeten komen.
Hoe kwalijk dat ook is, het is moeilijk mensen dat kwalijk te nemen. Honderden jaren van culturele superioriteitsgevoelens verdwijnen niet spontaan. Toch is het opvallend hoe vaak die houding tijdens een WK opnieuw de kop opsteekt zodra Europese kijkers kennismaken met een Afrikaans elftal.
Wie het WK van 1998 heeft gezien, had beter kunnen weten.
Nigeria arriveerde in Frankrijk met een selectie die voor Nederlandse voetballiefhebbers vertrouwd aanvoelde. Nwankwo Kanu, Finidi George, Tijani Babangida en Sunday Oliseh hadden allemaal hun sporen verdiend in de Eredivisie. Ze combineerden techniek met kracht, flair met discipline en speelden met een zichtbaar plezier dat in het professionele voetbal vaak als eerste verloren gaat.
Toch verwachtte vrijwel niemand een overwinning op Spanje.
Over de kwaliteit van Spanje bestond geen twijfel. Over het vermogen die kwaliteit op grote toernooien waar te maken des te meer. Het land verkeerde destijds nog in de merkwaardige fase waarin het vóór ieder toernooi als favoriet werd bestempeld en tijdens ieder toernooi bewees waarom het dat niet was.
Het affiche was aantrekkelijk. De wedstrijd werd onvergetelijk.
Spanje kwam tweemaal op voorsprong. Raúl maakte zelfs een doelpunt dat in vrijwel iedere andere wedstrijd de herinnering zou hebben gedomineerd: een technisch perfecte volley met links, elegant en moeiteloos tegelijk.
Maar dit was niet zijn avond. Dit was de avond van Nigeria. En van chaos. En van de heerlijke ruimte tussen de linies die in die tijd nog bestond.
De gelijkmaker naar 2-2 kwam voort uit een moment dat iedere keeper vreest. Een ongevaarlijk ogende voorzet van Garba Lawal werd door de grote Andoni Zubizarreta ongelukkig in zijn eigen doel gewerkt. Een van de meest ervaren doelmannen van zijn generatie veranderde in een oogwenk in een tragische figurant.
Vijf minuten later volgde het moment dat de wedstrijd overleefde.
Sunday Oliseh ontving de bal op ruime afstand van het doel. Zonder aarzeling haalde hij uit. De bal vloog als een raket door de Franse middagmiezer en verdween achter dezelfde Zubizarreta in het net.
3-2.
Het op één na mooiste doelpunt van het toernooi.
Het mooiste detail kwam pas jaren later naar boven. Oliseh bekende dat hij voorafgaand aan het toernooi volledig uit vorm was geweest en nauwelijks vertrouwen had. Na trainingen bleef hij geregeld achter om afstandsschoten te oefenen. Daarbij stond zijn ploeggenoot Taribo West (vooral bekend om zijn groene knotjes) vrijwillig in het doel.
Volgens Oliseh riep West op een dag:
"Probeer dat maar eens tegen Zubizarreta."
Nigeria bereikte uiteindelijk de achtste finales en verloor daar van Denemarken. Spanje vloog er al na de groepsfase uit. Maar de uitslag is niet de reden dat deze wedstrijd is blijven hangen.
Dat komt omdat de Super Eagles die middag iets deden waar het Afrikaanse voetbal al decennialang toe in staat is: het publiek eraan herinneren dat talent niet geografisch verdeeld wordt.
De verwachtingen daarover wel.
