De mensen die vergeten waren supporter te zijn
Ik zag ooit Mick Jagger tijdens een WK-wedstrijd. Hij stond. Want als je plezier hebt, ga je vanzelf staan. Klem tussen de andere supporters van Engeland. Glunderend, want ze stonden vermoedelijk voor. Zoals een willekeurige oudere man op een festival op een warme zomeravond zich even loszingt van zijn onvermijdelijke aftakeling. De Britse commentator vatte het samen met de droge constatering: "He's having a good time." Sindsdien is dat voor mij de ondergrens van plezier.
Er is veel treurigheid op dit WK, in allerlei gradaties. Openlijke beïnvloeding van wedstrijden is diep treurig. Een camera op het hoofd van een scheidsrechter is grappig treurig. Het uitshirt van België eveneens. En de hydration break, die natuurlijk gewoon een reclameblok is, is frustrerend treurig. Maar een paar keer per wedstrijd verschijnt een categorie waarvoor ik geen betere naam weet dan echt treurig. Dat gevoel ergens onder je ribben. Alsof je tijdens een stedentrip een dakloze vrouw in de brandende zon ziet liggen terwijl jij op slippers probeert te bedenken of er nog ergens een leuke brunch te vinden is. Of wanneer je de blik van een van je kinderen ziet nadat je hebt uitgelegd dat de vakantie toch niet doorgaat, omdat de promotie waar je al jaren achteraan jaagt nu eenmaal belangrijker is dan een paar weken samen.
Ik zou hier Jay-Z kunnen noemen. Of Shawn Carter, zoals hij buiten de marketingafdeling heet. Maar hij was niet de enige. Overal zaten ze. Onderuitgezakt in enorme fauteuils. Als ze niet op hun telefoon keken, staarden ze ergens in de verte; al vermoed ik dat, want in driekwart van de gevallen droegen ze een zonnebril. Voor hen stonden hun namen. In gouden letters. Dat lettertype ook. Het moet exclusiviteit uitstralen, maar zodra je je naam in zo'n lettertype bij een restaurant ziet staan, weet je eigenlijk al genoeg. Foute boel. Waarschijnlijk is het ook helemaal niet bedoeld voor degene die erin zit. Het is bedoeld voor de mensen die kijken. Het scherm is niet te missen. Het randt je ogen aan. En zodra een beroemd gezicht verschijnt, wordt van het publiek verwacht dat het applaudisseert. Omdat iemand ooit een nummer maakte. Of veel volgers heeft.
De beroemdheid kijkt intussen met een bijna professionele desinteresse om zich heen. Het publiek doet braaf wat ervan verwacht wordt. Zeshonderd euro voor een kaartje, als je geluk hebt. Twintig dollar voor een beker verdunde uilenzeik. En vervolgens ook nog applaudisseren op commando. Misschien is dat wel de meest efficiënte vorm van entertainment die de FIFA ooit heeft bedacht. Niet voor de supporters. Voor de sponsoren. En toen verscheen Javier Bardem. Hij lachte. Hij juichte. Hij keek naar de wedstrijd. Ineens zat er geen beroemdheid meer op de tribune, maar gewoon iemand die een voetbalwedstrijd stond te kijken. Dat bleek uiteindelijk veel indrukwekkender.