De momenten die Mika Nurmela vergat

Iedere taal heeft haar blinde vlekken. De mijne lijkt soms te weinig woorden te hebben voor gevoelens die zich niet netjes laten afbakenen. Totdat een Fin mij eraan herinnerde dat betekenis soms helemaal niet in het woord zit, maar in de manier waarop het wordt uitgesproken.

"Godverdomme, Hollanders zijn echt arrogante klootzakken."

Hij zegt het met zoveel warmte dat het klinkt alsof hij een oude vriend begroet. Geen spoor van ergernis. Eerder een liefdevolle constatering.

We zitten op een terras aan de rivier in Oulu. De zon hangt hoog boven de stad, zoals alleen een Noord-Europese zomer dat kan. Het moment waarop koffie langzaam overgaat in bier, al lijkt die overgang in Finland nauwelijks te bestaan. Mika Nurmela bestelt zonder aarzelen het eerste. Zijn Nederlands is nog altijd bijna vlekkeloos. Dat verbaast me minder dan het plezier waarmee hij de taal spreekt.

Toen hij in 1995 naar Nederland kwam, was de werkelijkheid een stuk minder idyllisch.

"Ik sliep eerst op een camping zonder verwarming. Je merkt al snel dat je voor jezelf moet opkomen. Nederlanders kunnen behoorlijk arrogant zijn. Ik wist dat ik van me af moest bijten. Maar niet met grote woorden. Gewoon harder trainen en negatieve impulsen negeren."

Dat laatste blijkt een terugkerend thema.

Nog voordat we over Heerenveen beginnen, vertelt hij met zichtbaar plezier over zijn eerste jaren bij Emmen. Daar bracht hij uren door met Martin Drent. Voor de training. Na de training. Zon, regen, modder; het maakte weinig uit. Hoge voorzetten. Lage voorzetten. Indraaiende ballen. Eindeloos herhalen.

"Ik heb ontzettend veel geleerd van Azing Griever. Een echte no-nonsensetrainer. Mensen onderschatten zijn tactische kwaliteiten weleens. We deden ieder jaar mee om promotie, maar haalden het net niet. Zijn manier van werken was succesvol, maar ook slopend. Na drie jaar was de energie simpelweg op."

Er deden destijds verhalen de ronde dat de spelersgroep zich tegen Griever had gekeerd. Nurmela haalt zijn schouders op.

"Daar weet ik eerlijk gezegd niets meer van."

Ik geloof hem onmiddellijk.

Het is verleidelijk zijn doorzettingsvermogen en betrouwbaarheid te romantiseren, zeker gezien mijn eigen karakterstructuur. Tegelijkertijd vraag ik me af hoe gemakkelijk hij eigenlijk is als coach. Of juist niet. In een voetbalwereld waarin politieke gevoeligheden en agenda's steeds belangrijker lijken te worden, oogt Nurmela bijna ontwapenend ongecompliceerd.

Dat was hij jarenlang ook als jeugdtrainer en assistent-bondscoach van Finland. Mijn neefje kreeg geregeld met hem te maken en werd meer dan eens volledig verrot gescholden.

Nurmela schiet in de lach.

"Ja, dat klopt. Maar weet je, ik speel geen spelletjes en heb geen agenda. Het allerbelangrijkste is dat je op ieder moment alles geeft wat je kunt. Dat klinkt heel logisch, maar op jonge leeftijd is dat lang niet altijd zo. Je moet je pas zorgen maken als ik niks meer zeg."

De naam Foppe de Haan valt misschien wat vroeg. Door mij.

In mijn hoofd is hij inmiddels uitgegroeid tot een bijna vaderlijke figuur: zacht, maatschappelijk betrokken en altijd mild.

Mika barst in lachen uit. Zijn bulderlach rolt moeiteloos over de rivier naast ons.

"Ik snap dat je dat zegt, maar hij kon echt keihard zijn. Zeker voor nieuwe spelers. Dan deed hij gewoon alsof je niet bestond. Toen Ruud van Nistelrooij zich voor het eerst meldde, vroeg Foppe doodleuk wie hij eigenlijk was."

Hij lacht opnieuw.

"Marcus Allbäck maakte ooit een hattrick bij Willem II. We wonnen met 6-1. Tijdens de videoanalyse liet Foppe geen enkel doelpunt van hem zien. Gewoon om te klooien. Marcus stond daarna op de gang en vroeg zich hardop af: what the fuck is his problem?"

Zijn ogen beginnen te glimmen zodra het over Heerenveen gaat.

Ik realiseer me dat hij deze verhalen ongetwijfeld honderden keren heeft verteld. Toch klinkt nergens routine door. Misschien omdat het niet alleen de successen zijn waar hij met plezier op terugkijkt, maar vooral de manier waarop ze tot stand kwamen.

"Ik voelde me daar gewoon thuis. Iedereen hield van je. Ook als je kut had gespeeld. En als je even rust wilde, kreeg je die ook. Er was ruimte. Friesland zit voor altijd in mijn hart. Mijn dochter is niet voor niets in Sneek geboren. En mijn zoon in Emmen trouwens. "

Ik vraag hem naar de Champions League-wedstrijd tegen Valencia, in het najaar van 2000. Tegen Mendieta, Cañizares en Ayala. Anthony Lurling tikt een lage voorzet van hem binnen, maar de treffer wordt afgekeurd.

Hij fronst.

"Weet je wat gek is? Dat weet ik helemaal niet meer."

Even denkt hij na.

"We hadden verloren, toch? Dan zal dát het zijn. Verloren wedstrijden filter ik blijkbaar weg."

Hij glimlacht.

"We hadden dat jaar wel een ongelooflijk goed elftal. En vooral een ervaren elftal. Tegenwoordig is dat bijna onmogelijk voor een Nederlandse subtopper. Bij het eerste succes wordt zo'n ploeg alweer uit elkaar gehaald. Ik snap dat het klinkt alsof ik zeg dat vroeger alles beter was. Dat is niet zo."

Hij neemt een slok van zijn koffie.

"Maar sommige dingen misschien wel."

Inmiddels is Nurmela technisch directeur van AC Oulu, de club uit zijn geboortestad. De naam klinkt nog altijd alsof hij is bedacht in de gloriedagen van het Italiaanse voetbal, toen half Europa plotseling een AC aan zijn clubnaam toevoegde. Na jaren in de tweede divisie speelt Oulu inmiddels weer mee in de Finse top.

"Voor Nederlanders klinkt een spelersbudget van acht ton misschien als een grap," zegt hij. "Maar in Finland kun je daar echt iets mee opbouwen."

Ik vraag hem nog naar Kaiserslautern. Na vier jaar Heerenveen leek Duitsland de logische volgende stap.

"Financieel zeker. En sportief ook. Eric Gerets leek me een trainer die heel aanvallend dacht. Dat bleek in de praktijk nogal mee te vallen."

"Veel frustrerende wedstrijden. Maar wel in prachtige stadions. Overal werd gebouwd voor het WK van 2006. Dat was bijzonder om mee te maken."

Wanneer ik vraag of hij Nederland nog mist, hoeft hij nauwelijks na te denken.

"Ook Emmen heeft mij ontzettend veel gebracht. Daar ben ik de club nog altijd dankbaar voor. Ik probeer binnenkort zeker weer eens langs te gaan. Volgens mij willen ze daar iets regelen..."

Hij kijkt even uit over de rivier.

Dan besef ik dat ik hem ruim een uur heb gesproken zonder hem één keer te horen klagen.

Niet over blessures.

Niet over trainers.

Niet over wat had kunnen zijn.

Misschien is dat wel de rode draad van zijn carrière. Niet de assists. Niet de Champions League.

Maar de opmerkelijke afwezigheid van verbittering.