Dronken van Dordrecht
Na vijf weken onafgebroken valse voetbalromantiek – bedolven onder een metersdikke laag bagger van commercie en corruptie – blijft nog maar één verlangen over: dronken worden van de schoonheid van het spel. Met een dorst die schuurt aan wanhoop.
Volgens de zen-leer is de beste manier om daarmee om te gaan eenvoudig: geef zulke gevoelens de ruimte, zodat ze vanzelf weer wegvloeien. Helaas gaapt er een levensgroot gat tussen weten wat verstandig is en het ook daadwerkelijk doen. Goddank bestaat er een medicijn dat zo onversneden is dat de bevrediging over de rand gutst: FC Dordrecht.
De club bestaat, maar nauwelijks bij de gratie van het idee dat een voetbalclub tegenwoordig nog een voetbalclub mag zijn.
Dat uitgerekend in de mooiste stad van Nederland een club met zo'n prullerige geschiedenis blijft voortbestaan zonder zichzelf geruisloos op te heffen, voelt bijna als een historische vergissing. In het beste geval is FC Dordrecht een lappendeken van goedbedoelde intenties. Zoals Guy Garvey ooit zong: "Best intentions bring joyless drought."
Elders worden identiteiten zorgvuldig ontworpen, gedragen door draagkracht. Almere City FC is daarvan misschien wel het zuiverste voorbeeld. Een keurige begroting. Een keurig stadion. Alles klopt.
Bij FC Dordrecht klopt weinig.
De scheuren lopen door het schokbeton alsof het stadion zich langzaam teruggeeft aan de aarde. De supporterswinkel oogt als een groen geschilderd kippenhok dat je net zo goed langs een zandweg in Oost-Polen zou kunnen aantreffen. Op de deur staat "WC", officieel een afkorting van water closet. Welke behoefte je daar ook achterlaat, de ruimte wekt niet de indruk dat er daadwerkelijk iets wordt afgevoerd.
Wanneer ik de trap oploop met een platgedrukt broodje kroket in mijn hand, de slecht afgestelde speaker mijn trommelvlies voel geselen en de geur van vochtig beton opsnuif, denk ik telkens dat dát de bron is van mijn heimwee. Tot ik een rij lager het vaste groepje supporters met een beperking zie zitten, allemaal gehuld in misschien wel het mooiste voetbalshirt ooit gemaakt. Ze fileren VVV-Venlo met een ernst die je zelden nog hoort. Op zulke momenten besef ik weer waarvoor ik eigenlijk ben gekomen.
Zelfs het dak van de West-tribune lijkt af en toe eerder een vrijblijvend advies dan een constructie. Mocht het ooit daadwerkelijk instorten, dan kun je waarschijnlijk nog schuilen onder de gelatenheid van de mensen naast je. Niemand lijkt zich ergens druk om te maken. Een verademing in een samenleving die voortdurend op scherp staat.
Er staat ook een groep die zichzelf met zichtbaar plezier de rol van ultra heeft aangemeten. Een aandoenlijke poging om ergens werkelijk onderdeel van te zijn. Soms lukt dat zelfs. Dan hangt er ineens iets dreigends in de lucht, niet omdat ze gevaarlijk zijn, maar omdat totale onberekenbaarheid je zintuigen op scherp zet.
Alles wat hier ontbreekt, is precies wat het moderne voetbal zo graag toevoegt. Er zijn geen zorgvuldig uitgedachte fanbelevingen, geen gelikte ledschermen die je vertellen wanneer je moet klappen, geen marketingafdeling die authenticiteit probeert te produceren. FC Dordrecht hoeft niet authentiek te lijken. FC Dordrecht heeft eenvoudigweg nooit de middelen gehad om iets anders te worden dan een poging een club te zijn.
We vergissen ons wanneer we financiële voorspoed tot het hoogste maatschappelijke ideaal verheffen. Welvaart brengt comfort voort, maar comfort heeft de vervelende neiging alles wat leeft glad te strijken. Juist in de rafelranden ontstaat karakter.
Regelmatig verschijnt er weer een vastgoedman met een gouden toekomstvisioen. Een nieuw stadion. Nieuwe businessseats. Nieuwe commerciële mogelijkheden. Groot genoeg om vooral de eigen graaizucht te bevredigen, zorgvuldig verpakt als algemeen belang. Maar niets daarvan is voor FC Dordrecht financieel haalbaar.
Dat is het grootste geluk van de club.
Ik wil armoede niet romantiseren. Honger is zelden een zegen. Maar zolang FC Dordrecht blijft bestaan met nauwelijks meer dan een natte droom van promotie, blijft er ook een plek bestaan waar voetbal nog niet volledig is gladgestreken.
En alleen daarom hoop ik dat het nog heel lang zo mag blijven.