Hou gewoon even je bek

Een gelijkspel tegen Go Ahead Eagles in wedstrijd nummer twee was voldoende om bij de onderbuikclub van Nederland de eerste openlijke twijfel aan het adres van de trainer te laten ontsnappen. In De Kuip en de kroeg, maar vooral online, waar je jezelf kunt bevrijden van de restricties van menselijke interactie en de rem er volledig af kunt halen. Wat er gebeurt als je twee weken later thuis gelijkspeelt tegen promovendus ADO Den Haag, laat zich raden. Feyenoord heeft na vier wedstrijden acht punten en dus is er een probleem. Er moet altijd een probleem zijn.

Het is te veel een herhaling van zetten om er nog verontwaardigd over te raken. Verbazingwekkender is dat de reflex deze keer zo overduidelijk schadelijk is voor de club. Giovanni van Bronckhorst is in zijn werk een uitstekende pragmaticus. Hij is vaak beter in het organiseren van een elftal voor een concrete opdracht dan in het bouwen van een voortdurend evoluerend voetbalmodel. Dat is geen nieuws en zou het voor niemand mogen zijn. Na de dramatische aanstelling van Robin van Persie vorig jaar en het mislukte avontuur met Brian Priske, binnen een organisatiestructuur die zelfs voor een gemiddelde amateurvereniging wat karig begon te ogen, heeft Feyenoord gekozen voor stabiliteit. Ze zullen het zelf vermoedelijk liever continuïteit of ervaring noemen, maar er is niets mis met een veilige keuze als veiligheid precies is wat je nodig hebt.

En daar kun je bij Feyenoord inmiddels best naar snakken. Jarenlange probleemzaken rond De Kuip, technisch beleid, hooliganisme en bestuurlijke willekeur verdwijnen natuurlijk niet ineens. Leeuwarden was daar vorige week nog een tamelijk deprimerende herinnering aan. Maar er lijkt binnen Feyenoord wel een serieuze poging te worden gedaan om iets te bouwen wat de club jarenlang ontbeerde: een structuur waarin problemen niet iedere keer met een nieuwe impuls, nieuwe man of nieuw paniekbesluit hoeven te worden opgelost. Voor het eerst sinds lange tijd lijkt er iets veel saaiers te gebeuren: er worden mensen aangesteld voor functies die daadwerkelijk bestaan. Dévy Rigaux begon deze zomer als technisch directeur, met verantwoordelijkheid voor onder meer het technisch beleid, de trainersstaf, transfers en de voetbalfilosofie. Van Bronckhorst kreeg een contract voor twee jaar, met een optie voor nog een seizoen. Dat klinkt weinig revolutionair. Dat is het bij Feyenoord bijna wel.

Van Bronckhorst past bij die keuze. Hij kent de clubcultuur, heeft ervaring als topspeler en trainer en zijn verwachtingsmanagement is overzichtelijk: een speler weet doorgaans wat hij aan hem heeft. Bovendien is zijn eerste periode bij Feyenoord niet uitsluitend een nostalgische herinnering. Dat maakt hem niet automatisch de juiste trainer in 2026 en al helemaal niet onfeilbaar. Tegen Go Ahead zakte Feyenoord na een uur volledig weg en gaf het een 2-0 voorsprong uit handen. Dat mag je hem aanrekenen. Maar een trainer aanstellen vanwege zijn stabiliteit en hem vervolgens na vier wedstrijden afrekenen omdat die stabiliteit nog niet spectaculair genoeg oogt, is een vorm van collectieve achterlijkheid waar zelfs Feyenoord enige moeite voor moet doen.

Het is ook niet waarom ík naar voetbal wil kijken, dit spel. De welvarende Nederlander die ik ben eist altijd meer. Eisen staat alleen nogal eens het genieten in de weg. Bij een voetbalclub kan het bovendien de hele organisatie in de weg gaan zitten. Onvrede over een resultaat zoekt altijd een uitweg en kleurt de werkelijkheid vervolgens in zoals het haar het beste uitkomt.

Maar deze keuze van Feyenoord is juist verstandig voor de middellange termijn. Er is überhaupt een technisch directeur. Er is een profiel gekozen. Er zijn inhoudelijke gesprekken gevoerd en er is een trainer aangesteld die daarbij past. Op de achtergrond kan de rommel worden opgeruimd terwijl op het veld genoeg punten binnenkomen om dat proces niet iedere zondag opnieuw ter discussie te stellen.

Dat verdient geen kritiekloze steun. Van Bronckhorst mag worden afgerekend op slechte wissels, matig voetbal en verloren punten. Natuurlijk. Maar een club die jarenlang heeft verlangd naar beleid zou beleid ook eens de tijd kunnen geven om beleid te worden.

En dat vraagt van een aanzienlijk deel van de achterban iets wat vermoedelijk moeilijker is dan een nieuwe trainer vinden: een keer de bek houden.