Waarom voetbalromantici een punt hebben en wat de oplossing is.
Naar aanleiding van het nieuwsbericht dat de staten New York en New Jersey onderzoek doen naar de variabele prijsmodellen voor wedstrijdtickets, voerde de BBC een videogesprek met een fanatieke Amerikaanse voetbalfan om het onderwerp wat meer beleving mee te geven. Deze man betreurde het ten zeerste dat de ‘gewone’ fan door de torenhoge prijzen niet meer naar het stadion kan. Begrijpelijk, begrijpelijk.
“En hoeveel moest je betalen voor de wedstrijd VS–Paraguay?” vraagt de presentator vanuit Londen.
“Tweeduizend dollar.”
Per kaartje. Alleen voor een kaartje.
Ik probeer nog steeds te verwerken dat je op legale wijze twee ruggen betaalt voor iets van het niveau FC Utrecht tegen Fortuna Sittard. Het is verleidelijk om deze man medeverantwoordelijk te houden voor die prijzen, simpelweg omdat hij ze daadwerkelijk betaalt. Maar dat zou te libertair zijn voor de tijd waarin we leven en schuurt bovendien gevaarlijk dicht langs Gianni Infantino’s favoriete rechtvaardiging: dat het allemaal “marktconform” is. Dat woord duikt altijd op wanneer men beleid of gedrag van iedere vorm van moraliteit wil ontdoen.
Want dat is het uiteindelijk: misbruik. Het uitmelken van emotie en enthousiasme. Het vermarkten van plezier in zijn meest extreme vorm.
En naast die gotspe is er natuurlijk nog de gebruikelijke FIFA-catalogus aan schandalen: corruptie, een FIFA Peace Prize voor een man die openlijk sprak over het vernietigen van een complete beschaving, slavernij in Qatar, de Poetin-World Cup van 2018 en gele kaarten voor spelers die een regenboogband dragen — iets wat ongetwijfeld nog steeds ergens in een la ligt te wachten op handhaving. Dit alles ter meerdere eer en glorie van de meest ranzige gladjakker die de FIFA ooit heeft voortgebracht — en dat zegt wat — én ten faveure van bestuurders en dictators die het toernooi misbruiken als geopolitieke etalage.
Maar ik wil het eens over iets anders hebben. Niet over corruptie of geld, maar over een vorm van hardnekkige nalatigheid van de FIFA: het spel zelf.
Elke sport, en teamsporten in het bijzonder, evolueren voortdurend door nieuwe inzichten, verbeterde tactieken en technologische ontwikkelingen. Dankzij fittere spelers, data-analyse, camera’s en die merkwaardig ogende tracker-bh’s zijn prestaties en veldbezetting beter inzichtelijk dan ooit. Daardoor kunnen teams steeds efficiënter resultaat afdwingen, ook zonder de beste individuele spelers.
De tijd waarin één mondiale superster een wedstrijd eigenhandig besliste, ligt grotendeels achter ons. Romantici kunnen daar eindeloos over klagen — net als over data-analisten en mental coaches — maar verstandiger lijkt het mij om te kijken wat nodig is om het spel daadwerkelijk beter te maken.
Want ondanks de zogenaamd “beste wedstrijd ooit” tussen Bayern München en PSG in de Champions League dit seizoen, blijft dat uiteindelijk een vlag op een strontschuit wanneer je kijkt naar de gemiddelde wedstrijd. Wat tegenwoordig beloond wordt? Compact verdedigen, frustreren, tijdrekken, theater opvoeren. Dat laatste is niet alleen irritant; het is ook effectief. Zowel kleine als grote clubs gebruiken het om tempo uit een wedstrijd te halen en een minimale voorsprong dood te knijpen.
Daarmee komen we bij de eerste, en misschien wel simpelste oplossing: zuivere speeltijd.
Dat speeltijd momenteel bewust én onbewust gemanipuleerd wordt, is eigenlijk absurd. Het lijkt mij moeiteloos verdedigbaar dat beide teams exact dezelfde hoeveelheid effectieve speeltijd krijgen. OPTA berekende dat een voetbalwedstrijd gemiddeld slechts 54 tot 57 minuten echte speeltijd bevat, met uitschieters tussen de 40 en 70 minuten. Ik kan mij goed voorstellen dat een ploeg onder leiding van Diego Simeone liever 40 minuten voetbalt — en daar vervolgens ook nog mee wegkomt.
De frustratie rondom professionele aanstellers zit niet alleen in het vaak clowneske acteertalent, maar vooral in het effect ervan. Ze winnen tijd. Ze breken ritme. Ze manipuleren wedstrijden. Als de klok stopt zodra het spel stilligt, verdwijnt die prikkel grotendeels. Laat iemand dan gerust twee minuten liggen en een bidon leegdrinken. Exacte speeltijd ontmoedigt theater omdat het de tegenstander uiteindelijk niets kost behalve een korte pauze. Bovendien vergroot het de sportiviteit.
En wat is ervoor nodig? Een scheidsrechter met een pauzeknop op zijn horloge. Meer niet.
Rafael van der Vaart beweerde ooit dat wedstrijden hierdoor alleen maar langer zouden duren, maar ik kan u geruststellen dat zijn beperkte denkniveau zich niet uitsluitend beperkt tot voetbalinhoudelijke analyses. Onderzoeken wijzen namelijk uit dat de flow van wedstrijden nauwelijks wordt aangetast en dat de totale duur ongeveer gelijk blijft. Sterker nog: gevoelsmatig lijken wedstrijden zelfs korter, simpelweg omdat je minder lang naar een ongelooflijke kutwedstrijd zit te kijken.
Dan de VAR. Een hoofdpijndossier.
Heel veel situaties worden namelijk niet ineens objectief of eenvoudig omdat er een camera op staat. Vooral overtredingen in het strafschopgebied blijven interpretatiegevoelig. Door de VAR zijn discussies alleen maar filosofischer en semantischer geworden: wat was de intentie van de speler? Wie speelde eerst de bal? Was het “genoeg” contact? Ook rode kaarten blijven vaak uiterst subjectief.
Doen alsof daar een simpele totaaloplossing voor bestaat, zou arrogantie zijn. Die heb ik dus ook niet. Afgezien van betere scheidsrechters die een wedstrijd kunnen lezen en aanvoelen — maar dat onderwerp verdient een apart stuk.
Wat wél eenvoudig op te lossen is, is buitenspel. De huidige millimeterbeslissingen zorgen terecht voor onbegrip. Het is te hopen dat je tijdens een sprint geen spontane opwinding ervaart, want de kleinste bolling in je broek lijkt tegenwoordig al voldoende voor buitenspel.
Daarom: voer een marge in. Twintig centimeter. Vijftig centimeter. Wat dan ook. Als je daarbuiten staat, bén je duidelijk buitenspel. Een stukje elleboog, haar of erectie hoort geen wedstrijd te beslissen.
En dan een regel die eigenlijk al bestaat: alleen de aanvoerder communiceert met de scheidsrechter.
Omdat niemand die regel handhaaft — voetbalbonden lijken soms opvallend gecharmeerd van de Nederlandse bestuurscultuur — was dat experiment binnen de kortste keren alweer doodgebloed. De oplossing lijkt mij simpel: direct geel bij overtreding. Niet discussiëren. Niet waarschuwen. Geel.
Veel zaken in het leven zijn ingewikkeld. Dit niet. Een scheidsrechter moet zijn of haar werk kunnen doen zonder continu belaagd te worden door twintig spelers die menen recht te hebben op inspraak zodra iets hen niet bevalt. Nog los van de voorbeeldfunctie die topsporters hebben.
Andere ideeën — minder veldspelers, buitenspel volledig afschaffen, groene kaarten — zijn interessant en zouden het spel mogelijk verbeteren. Maar laten we eerst beginnen met maatregelen die eenvoudig toepasbaar zijn en snel draagvlak kunnen krijgen.
Het enige wat daarvoor nodig is, is iemand binnen de FIFA die het initiatief neemt. Die hadden we ooit.
Marco van Basten werd tussen 2016 en 2018 aangesteld als Chief Officer for Technical Development bij de FIFA. Mijn hart maakte destijds een sprongetje, want ook toen waren wij het al hartgrondig eens. Helaas bleek zijn aanstelling vooral een handige PR-operatie om het blazoen van de FIFA wat op te poetsen. Gianni Infantino kon met Van Bastens progressieve ideeën doen alsof er een frisse wind waaide, zonder ooit werkelijk iets te veranderen. Geen enkel serieus voorstel werd doorgezet en nog geen twee jaar later verdween Van Basten weer geruisloos van het toneel — met een afkoopsom en het gebruikelijke excuus dat hij “meer tijd met zijn gezin wilde doorbrengen”.
Acht jaar later is de FIFA corrupter dan ooit en nog altijd totaal ongeïnteresseerd in het verbeteren van de spelregels. Waarom zouden ze ook? Het huidige voetbalproduct levert miljarden op aan televisierechten en sponsoring. Grote veranderingen brengen financiële én sportieve risico’s met zich mee, en daar hebben commerciële partners en topclubs een bloedhekel aan.
De oplossing? Die dient zich waarschijnlijk vanzelf aan.
Het komende WK belooft qua voetbal afschuwelijk te worden, terwijl mensen ondertussen zonder blikken of blozen tweeduizend euro per kaartje betalen. Soms moet eerst de bodem bereikt worden voordat er iets verandert. En tot mijn grote verbazing is die nog steeds niet in zicht.