Waarom het Nederlandse voetbalcommentaar zo slecht is

Het onvermogen van de KNVB om ambitie daadwerkelijk vorm te geven rond het Nederlands elftal getuigt van een conservatisme dat diepgeworteld is in de volksaard. Wanneer een land zo weldoorvoed en welvarend wordt dat het zich nauwelijks nog zorgen hoeft te maken over zijn voortbestaan, ontstaat vaak een andere angst: de angst om iets te verliezen. Behoud wordt een religie.

Iedereen die zich enigszins heeft verdiept in de wijsbegeerte weet echter dat de angst voor een probleem vaak veel groter is dan het probleem zelf. Sterker nog: soms bestaat het probleem nauwelijks, maar bepaalt de angst eromheen alsnog het handelen. De parallellen met andere maatschappelijke discussies dringen zich op.

Het idee dat het Nederlands elftal geleid moet worden door een bondscoach die bovenal verstandig, degelijk en risicomijdend is, begint na iedere wedstrijd van Oranje verder af te brokkelen. Toch openbaart datzelfde conservatisme zich ook elders.

Het Nederlandse voetbalcommentaar is namelijk een bron van toenemende ergernis. Een discussie op straat over welke commentator je bekoort en welke niet, is een aardige uitwisseling van smaak. Maar televisiecommentaar zou verder moeten gaan dan smaak. Het zou moeten verklaren.

Of je nu kijkt bij de NOS, ESPN of SBS: het niveau van analyse blijft oppervlakkig. Tactische duiding ontbreekt vaak vrijwel volledig. In plaats daarvan krijgen kijkers negentig minuten lang een opsomming van wie de bal heeft en een stroom zinnen waarvan niet altijd duidelijk lijkt waar ze naartoe gaan.

In vrijwel ieder groot voetballand is dat anders. Vaak ook in landen die veel minder voetbalhistorie hebben dan Nederland. Daar bestaat het commentaar doorgaans uit een duo: een commentator die het spel beschrijft en een analist die uitlegt waarom het spel zich ontwikkelt zoals het doet.

Dat is logisch. 

Het heen en weer bewegen van een bal is op zichzelf niet interessant. De ideeën erachter zijn dat wel. Waarom loopt een ploeg vast? Waarom ontstaat er ruimte? Waarom wordt een middenveld overlopen? Waarom kiest een trainer voor een bepaalde structuur? Dáár begint voetbal interessant te worden.

Nederland lijkt daarentegen al decennialang te kiezen voor oppervlakkigheid vermomd als toegankelijkheid.

Waarom?

Ten eerste is er de traditie. Iconen als Theo Reitsma en Mart Smeets vormden generaties kijkers. De commentator werd gezien als verteller van het verhaal, niet als iemand die het spel ontleedt.

Ten tweede spelen kosten een rol. Twee deskundige stemmen zijn duurder dan één. Het vooroordeel van de gierige Hollander is moeilijk te vermijden.

Maar vooral de derde verklaring fascineert mij: de overtuiging dat het publiek afhaakt zodra het gesprek inhoudelijk wordt.

Vrij vertaald komt dat neer op het volgende: mediabedrijven achten hun publiek niet nieuwsgierig genoeg om tactische uitleg te waarderen. Of simpelweg te dom. Een sombere gedachte.

Als jonge voetballiefhebber kan juist zo'n analytische gids een wereld voor je openen. Niet alleen het wat, maar vooral het waarom van het spel wordt zichtbaar. Dat is immers waar voetbal zijn diepte krijgt. Niet in de romantische herinnering aan een groen scherm en ouders die zich opvallend druk maken, aangemoedigd door hyperbolisch commentaar, maar in het begrijpen van wat er daadwerkelijk gebeurt.

Dingen worden interessanter naarmate je er meer van begrijpt. Dat geldt ook voor voetbal.

Velen wijzen er graag op hoe bijzonder de prestaties van Nederland op grote toernooien zijn. "Knap voor zo'n klein land", klinkt het dan.

Maar Nederland is geen klein land. Het is een comfortabel excuus om ambitie te temperen. Een manier om genoegen te nemen met minder dan mogelijk is. Die tevredenheid loopt als een rode draad door bepaalde onderdelen van de samenleving.

Maar misschien is het hervormen van het Nederlandse voetbal voor nu iets te ambitieus. Laten we eerst eens beginnen het uit te leggen.